Oogaandoeningen

Glaucoom

Wat is glaucoom?

In ons hele netvlies zitten lichtgevoelige cellen (kegeltjes en staafjes) die beelden registreren.
Deze lichtgevoelige cellen geven via een groot aantal zenuwvezels hun impulsen door.
De zenuwvezels komen bij elkaar in de oogzenuw, van hieruit gaan de impulsen naar de hersenen waar we de beelden waarnemen.

Glaucoom is een ziekte van het oog waarbij schade aan de zenuwvezel en de oogzenuw ontstaat,
wat kan leiden tot uitval van het gezichtsveld of zelfs blindheid.

De belangrijkste risicofactor is een verhoogde oogdruk. Andere risicofactoren zijn; glaucoom in de familie,
leeftijd (hoe hoger de leeftijd hoe groter de kans op glaucoom), hoge bijziendheid (sterke ‘min’bril),
bepaalde geneesmiddelen/oogdruppels, hart- en vaatziekten. De schade aan de oogzenuw kan niet worden hersteld,
tijdige opsporing is dus noodzakelijk en een goede behandeling kan verdere aantasting van de oogzenuw beperken of zelfs stoppen.

Er wordt geadviseerd om na het 40ste levensjaar regelmatig uw oogdruk te laten controleren.

Wereldwijd is glaucoom een van de belangrijkste oorzaken van slechtziendheid.
 


Maculadegeneratie

Het netvlies (de retina) vormt de binnen bekleding van het oog.
Men ziet scherp met het middelste, centrale deel van het netvlies achterin het oog.

Dit wordt de gele vlek of de macula genoemd.

Maculadegeneratie is een oogaandoening waarbij er schade ontstaat aan de gele vlek (macula).
Degeneratie wil zeggen dat er veranderingen optreden waardoor de normale functie wordt aangetast, dus het scherpe zien.
Bij maculadegeneratie neemt het centrale zien af, het perifere zien blijft vrijwel altijd intact,
er blijft midden in het beeld een vlek achter.
De rest van het netvlies blijft dus wel functioneren, zodat men in staat blijft om zelfstandig te blijven,
ook al mist men dan scherpte. Waardoor maculadegeneratie onstaat is nog niet bekend.
Een aantal factoren spelen echter wel een rol zoals erfelijkheid, leeftijd, roken en voeding.


Oogproblemen bij suikerziekte

Bij patienten met diabetes mellitus kunnen zich 2 oogheelkundige problemen voordoen:

1. Een wisselend gezichtsvermogen

Dit treedt op doordat de suikerspiegel in bloed en ooglens wisselt.
De breking van de ooglens is mede bepalend voor de brilsterkte.
Doordat de suikerspiegel in de ooglens verandert, verandert ook het brekend vermogen van de ooglens
waardoor de brilsterkte en de gezichtsscherpte ook steeds kunnen wisselen.
Dit treedt met name op bij een slechte instelling van de suiker. Dit is niet ernstig maar wel lastig.
Het verdwijnt weer als de instelling goed is. Het is raadzaam om een eventuele bril pas aan te meten als de suikerspiegel stabiel is.

 

2. Netvliesafwijkingen (diabetische retinopathie)

Het netvlies (retina) is het binnenste laagje in het oog dat onze beelden registreert.
In het centrum van het netvlies ligt de gele vlek (macula).
In het netvlies bevinden zich bloedvaten (adertjes en slagadertjes) die het netvlies van zuurstof en voedingsmiddelen voorzien.
Als gevolg van suikerziekte kunnen er beschadigingen optreden in de bloedvaten.
Deze afwijkingen kunnen aanwezig zijn zonder dat al direct het gezichtsvermogen is aangetast,
dus zonder dat er klachten zijn. Regelmatige controle van het oog door een oogarts is noodzakelijk.
Wanneer deze schadelijke afwijkingen niet tijdig worden ontdekt en behandel kan blindheid het gevolg zijn.


Staar (cataract)

Onder normale omstandigheden is de ooglens helder en doorzichtig. Staar (cataract) is een vertroebeling van de lens in het oog.
Als de ooglens troebel is, worden de lichtstralen in hun weg gestoord, waardoor er een onscherp beeld op het netvlies ontstaat.
Ouderdomsstaar is de meest voorkomende vorm en is een gevolg van het ouder worden.
De eiwitten in de ooglens gaan in de loop der jaren samenklonteren waardoor de lens minder helder wordt.
Het gezichtsvermogen wordt daarmee steeds slechter. De snelheid van verslechtering is van persoon tot persoon verschillend.

Klachten van staar:               -          Minder zien, waziger beeld (als door een matglas kijken)

-          Kleurverandering

-          Dubbelbeeld of schaduwbeeld met 1 oog

-          Last van verblinding/schitteringen

-          Wisselende of steeds veranderende brilsterkte

-          Slechter zien in het donker

De gemiddelde leeftijd bij een staaroperatie is ongeveer 74 jaar.